FAQ

Onderstaand vindt u de FAQ voor NEN1010 Kabelberekeningen© RD. Hierin staan de vaak gestelde vragen, vermeld onder de bijbehorende categorie. Klik op een vraag naar keuze om direct het bijbehorende antwoord te zien.

Staat uw vraag er niet bij? Neem dan contact op met onze afdeling sales via 0118-419911 of sales@csh4u.nl.

Voor de FAQ van oudere versies van het pakket verwijzen wij naar de FAQ voorgaande versies.

Algemeen

  • Voldoet NEN1010 Kabelberekeningen© RD aan de NEN1010?

NEN1010 kabelberekeningen© RD voldoet aan de NEN1010. Alle berekeningen zijn ontleend aan de NEN1010 en conform de NEN1010.
Er kan ook gerekend worden conform de norm die in 2015 aangekondigd is en sinds 2016 van kracht is.

  • Is NEN1010 Kabelberekeningen© RD ook te gebruiken in andere (Europese) landen?

NEN1010 Kabelberekeningen© RD is gebaseerd op de NEN1010 en is een Nederlandse norm. Zolang de NEN1010 niet officieel Europees is erkend is NEN1010 kabelberekeningen© RD een voor de Nederlandse markt ontwikkeld pakket conform de Nederlandse NEN1010.

  • Wat is de laatste versie?

NEN1010:2015: De laatste versie is Versie 2.2.0.

  • Is er een netwerkversie?

NEN1010 kabelberekeningen© RD is er ook in een netwerkuitvoering. Een netwerklicentie is al beschikbaar vanaf 1 gebruiker. U kunt dan vanaf meerdere werkplekken het pakket opstarten. Wanneer u met meerdere gebruikers tegelijk in het pakket wilt heeft u daar extra licenties voor nodig.

  • Is er een testversie van NEN1010 Kabelberekeningen© RD?

U kunt het pakket NEN1010 Kabelberekeningen© RD op proef gebruiken voor 1 maand. De software die u ontvangt is de volledige versie, dus zonder beperkingen of aanpassingen (alleen met de vermelding "bruikleen"). Aan deze bruikleenversie zijn geen kosten verbonden, behalve de verzendkosten van het retourneren.

Klik hier voor meer informatie over het bruikleenpakket.

  • Hoe zit dat nu met die modules?

Een pakket NEN 1010 kabelberekeningen© RD bestaat minimaal uit de base module.
U kunt NEN 1010 kabelberekeningen© RD  uitbreiden met modules voor meer functionaliteit. De modules zijn zo opgebouwd dat u voor een uitbreiding altijd de voorgaande modules nodig heeft. Als u bijvoorbeeld gebruik wil maken van ‘Pro’ dan moet u beschikken over ‘Extended’.

Overzicht modules

Techniek

  • Wat zijn de minimum eisen die er aan mijn computer worden gesteld?

De minimale vereiste voor installatie is Windows 7 sp1. Dit komt omdat de software SQL installeert op de computer. Deze heeft een minimum vereiste van Windows 7 sp1. 

  • Is NEN1010 Kabelberekeningen© RD een 32bits applicatie?

NEN1010 Kabelberekeningen© RD is geschikt voor zowel een 32, als 64 bits besturingssysteem.

  • Kan ik de SQL Server Express ook handmatig verwijderen?

Voor het handmatig verwijderen van de SQL Server Express kunt u de betreffende handleiding downloaden

Hardlock

  • Wat is een hardlock?

Een hardlock is een stukje hardware waarmee C-Services Holland b.v. haar software beveiligd. De code die in de software en de code die in het hardlock zijn geprogrammeerd moeten hetzelfde zijn voor de werking van het programma.Zonder hardlock zal het programma dan ook niet werken.

Er zijn twee verschillende soorten hardlock; een lokale en een server hardlock. Een lokale hardlock is grijs met een groen rond vlak en werkt alleen op de computer waarop deze is geïnstalleerd. Een serverlock is half groen en half paars en draait met speciale software in het netwerk op een server of werkstation.

  • Het programma geeft aan dat het hardlock niet is gevonden (error 7 : hardlock niet gevonden)

1.    De hardlock zit niet op een poort van de computer aangesloten. De hardlock hoort op de USB poort van de computer te zijn aangesloten.

2.     Het hardlockstuurprogramma is niet of niet correct  geïnstalleerd. Om het hardlock vanuit het programma te kunnen aanroepen dienen de hardlockstuurprogramma’s geïnstalleerd te zijn op de computer. Bij de installatie van het programma worden de hardlockstuurprogramma’s automatisch geïnstalleerd.

  • Het programma is een netwerkversie, u heeft het stuurprogramma voor de hardlock geïnstalleerd en de hardlock is aangesloten op uw computer/ server. Desondanks krijgt u de melding dat de hardlock niet gevonden wordt. Dit heeft een aantal mogelijke oorzaken of combinatie daarvan:

1    Op de server is het speciale programma voor het aanspreken van het hardlock niet geïnstalleerd. Installeer de hardlock drivers op de server of het gegadigde werkstation.
2    De computer waarop de hardlock geplaatst is, zit op een ander segment binnen het netwerk. Ga binnen uw browser naar //localhost:1947. Hier verschijnt het Sentinal admin control center. Klik in het linker administration options menu op configuration. Vervolgens kunt u bij Access to Remote License Managers het ipadres van de server of werkstation ingeven. 

  • Het programma is een netwerkversie en het serverlock is niet te benaderen i.v.m. de instelling van routers tussen de verschillende netwerksegmenten.

Neem contact op met uw systeembeheerder en test het programma in het segment waar de serverlock in is geplaatst.

Diversen

  • Wat wordt verstaan onder ondersteunende aarde?

Dit is de aardpen die bij de belasting wordt geslagen. De aparte aardedraad die naast de voedingskabel wordt meegetrokken, wordt in het programma aangegeven met een separate beschermingsleiding. Het is op dit moment nog niet mogelijk zowel een aardedraad in de kabel en een separate beschermingsleiding in de berekening mee te nemen. U kunt deze berekening toch maken door de diameters zelf bij elkaar op te tellen. Deze uitbreiding van de en/of keuze is in de volgende update van het programma voorzien.

  • Hoe zit het met de correctiefactoren van éénaderige en meeraderige kabels?

Een voeding die bestaat uit éénaderige kabels die bij elkaar behoren tot één stroomketen worden door de NEN1010 ook als één stroomketen gezien. Dit betekent in het programma dat er geen extra kabels moeten worden ingevoerd bij de keuze 'meerdere kabels bij elkaar'. Indien er echter meerdere kabels parallel gelegd worden, worden de parallelle kabels als aparte stroomketens gezien. Het aantal parallelle kabels moet dus ook ingevuld worden bij de keuze 'aantal kabels bij elkaar' (indien deze ook daadwerkelijk bij elkaar gelegd worden). De correctiefactoren zijn toegepast volgens de tabellen E1, E2 enz.

Indien u in ons programma wilt zien welke correctiefactoren zijn toegepast, kunt u klikken op het tabblad segmenten in het rekenscherm. Wanneer u op het pijltje voor extra informatie klikt  zal er onder andere de toegepaste correctiefactoren worden getoond.

  • Spanningsverliesberekening.

Er zijn twee manieren om een spanningsverliesberekening uit te rekenen. De 1e methode berekent een spanningsverlies dat daadwerkelijk meetbaar is dus inclusief de cos Phi. De 2e methode berekent het spanningsverlies met reële waarden. Deze waarde is moeilijk meetbaar.

Volgens de richtlijnen in de NEN1010 mag het spanningsverlies niet meer bedragen dan 5%. Welke 5% is dit: volgens methode 1 of volgens methode 2?

CSH standpunt: In de NEN1010 staat : 8.525.1 Het spanningsverlies tussen het begin van een installatie en de aansluitpunten mag bij normaal bedrijf niet meer dan 5% van de nominale spanning bedragen*. Onder nominale spanning wordt verstaan : CLC 22.1 De spanning die aan de inrichting of vervaardiging van elektrische installaties, of delen daarvan, ten grondslag ligt. De NEN1010 is dus niet eenduidig over welke van de 2 methoden de juiste is. Beide interpretaties voldoen aan deze richtlijn.

Wij kunnen dan ook geen keuze aangeven die volgens ons de enige juiste is. In de laatste versie van ons programma wordt echter methode 1 als defaultwaarde aangenomen. Wij adviseren u methode 1 toe te passen, daar deze eenvoudiger te controleren is.

* Meer mag mits een goede werking gewaarborgd blijft

  • De patroon of automaat die ik wil gebruiken staat niet in de lijst.

In het pakket zijn alleen patronen en automaten met de standaard waardes volgens de norm opgenomen. Het is echter wel mogelijk zelf patronen en automaten te definiëren. Boven in het scherm, bij configuratie en dan beveiligingstypen kunnen eigen beveiligingstypes ingesteld worden. Door een bestaand type te selecteren  wordt een nieuw type gemaakt met dezelfde karakteristiek als het voorbeeld. De eigenschappen voor de nieuwe patroon kunnen nu in de grafiek of in de tabel punt voor punt worden veranderd. Wanneer er wijzigingen zijn gemaakt zult u zien dat er rechtsonder een opslaan als knop verschijnt.